Hoge Raad: gebruik snelwegcamera's door Belastingdienst niet toegestaan


De Hoge Raad heeft vandaag geoordeeld dat de Belastingdienst voor het opleggen van naheffingsaanslagen geen gebruik mag maken van camerabeelden (ANPR = automatic number plate recognition camera's) van de Politie. Volgens de Hoge Raad is sprake van een ernstige schending van het recht op privacy: "De signaleringen berusten op informatie waarover de Inspecteur beschikt zonder de daarvoor vereiste wettelijke grondslag en als resultaat van een systematische inbreuk van artikel 8 EVRM." De naheffingsaanslagen met boete zijn vernietigd.


Inleiding

De zaak gaat over een leaserijder die een 'verklaring privégebruik auto' heeft afgegeven De betrokkene moet dan een rittenadministratie bijhouden waaruit volgt dat niet meer dan 500 km per jaar aan privé-kilometers wordt verreden. De Inspecteur controleerde in dit geval de rittenstaat aan de hand van de beelden van ANPR camera's (gegevens worden verkregen uit de camerasystemen bevestigd aan de portalen boven de autosnelwegen. Het beheer van deze systemen valt onder de Landelijke Eenheid DINFRA van de Nationale Politie (voorheen KPLD).

Op basis van een convenant tussen de Belastingdienst en de Politie werden de beelden van de ANPR camera's gedeeld. Ik meen me te herinneren dat de Nationale Politie deze beelden maar voor beperkte tijd mag bewaren en voor bepaalde doelen mag gebruiken.

Belastingdienst controleert rittenstaat

Nadat de beelden aan de Belastingdienst waren verstrekt, werd door de Belastingdienst een eigen selectie gemaakt en werden de beelden voor fiscale doeleinden (belastingcontroles) (veel langer dan een week) bewaard. De beelden werden onder meer gebruikt voor het controleren van de rittenstaat in verband met art. 13bis, lid 1, Wet LB 1964. De camerabeelden werden vervolgens aangevoerd om aan te tonen dat de rittenstaat niet in orde was (bijv. de belastingplichtige neemt een rit naar Amsterdam in zijn administratie op terwijl hij volgens de beelden op dat tijdstip naar Eindhoven onderweg was). Vervolgens stelt de Inspecteur dat de rittenstaat frauduleus is en er volgen één of meer naheffingsaanslagen met vergrijpboete.

De toon van het arrest is scherp: 'Het Hof heeft vervolgens overwogen dat de gevolgde werkwijze in de gegeven omstandigheden niet als een reële inbreuk, laat staan als een ongeoorloofde inbreuk op de privacy van de burger is te beschouwen.'

De Hoge Raad ziet dat anders.  Art. 10, lid 1 van de Grondwet en art. 8 EVRM worden als vertrekpunt genomen. Van daaruit zijn de overwegingen opgebouwd. De formele wet is  cruciaal voor de rechtvaardiging van de bewezen inbreuk op de privacy.

"In accordance with the law"

'Uit de eis dat een inmenging in de uitoefening van het recht op respect voor het privéleven moet zijn voorzien bij wet (“in accordance with the law”) vloeit voort dat die inmenging moet berusten op een naar behoren bekend gemaakt wettelijk voorschrift waaruit de burger met voldoende precisie kan opmaken welke op zijn privéleven betrekking hebbende gegevens met het oog op de vervulling van een bepaalde overheidstaak kunnen worden verzameld en vastgelegd, en onder welke voorwaarden die gegevens met dat doel kunnen worden bewerkt, bewaard en gebruikt.'

Anders dan het Hof is de Hoge Raad van mening dat door het gebruik van de ANPR beelden het privéleven van de betrokkenen wordt geraakt. Hij oordeelt verder dat voor het verzamelen en gebruiken van de ANPR beelden een precieze wettelijke grondslag aanwezig moet zijn. Anders dan het Hof vindt de Hoge Raad dat de algemene taakstelling van de Belastingdienst niet toereikend is om een zodanige inbreuk op het privéleven te rechtvaardigen. De Hoge Raad vindt bovendien dat de informatie niet mag worden gebruik om daarop naheffingsaanslagen te baseren. De Hoge Raad doet de zaak zelf af en vernietigt de naheffingsaanslagen met boete.


Noot

Het arrest geeft naar mijn mening duidelijk de grenzen aan. Niet uit te sluiten is dat er al weer op korte termijn reparatiewetgeving naar de kamer wordt gestuurd. De uitvoerende macht zal ongetwijfeld betogen dat de belastingheffing in gevaar is. Lezenswaardig is in dit verband het artikel uit de Correspondent. Daarin wordt uitgebreid ingegaan op het verzamelen van data van burgers door de overheid en de rol van de Belastingdienst daarin. Interessant is naar mijn mening dat het arrest het systematische karakter lijkt te willen benadrukken: 'De signaleringen berusten op informatie waarover de Inspecteur beschikt zonder de daarvoor vereiste wettelijke grondslag en als resultaat van een systematische inbreuk van art. 8 EVRM.'

Naar mijn mening worden met dit arrest duidelijke grenzen gesteld aan een al te ijverige overheid die weinig op lijkt te hebben met het recht op respect voor het priveleven van haar burgers.

mr. J. Overboom - procesjurist