FD: Hoge Raad laat zich niet leiden door staatskas

Binnen de fiscale wereld is er in toenemende mate kritiek op de Hoge Raad. De critici menen dat de Hoge Raad het belang van de schatkist te zwaar laat meewegen. Hierbij het interview met de president van de Hoge Raad in reactie op deze toenemende kritiek. Het gaat om een interview in Het Financieele Dagblad van 6 maart 2017.


Hoge Raad laat zich niet leiden door staatskas

Maarten Feteris, de president van de Hoge Raad, weerspreekt de kritiek dat de hoogste rechter in belastingzaken te veel op de hand is van de politiek. Hij reageert in een van zijn zeldzame interviews op het verwijt van fiscalisten dat de Raad het belang van de schatkist voorrang geeft boven de bescherming van de belastingbetaler in zaken die om veel geld draaien.
De vermogensrendementsheffing en de crisisheffing zijn twee omstreden belastingen waarover fiscalisten de belastingkamer van de Hoge Raad afgelopen jaar ongebruikelijk hard en openlijk op de korrel hebben genomen. In de vakpers maar ook in deze krant.

Bij de vermogensheffing moet het sanctioneren van het forfaitaire rendement waarover deze belasting wordt geheven, het ontgelden. Bij de crisisheffing vinden critici het onbegrijpelijk dat de Raad het heeft laten passeren dat de wetgever de heffing in 2012 en 2013 in de loop van het jaar aankondigde, maar de fiscus de extra belasting voor inkomens boven de € 150.000 hief vanaf 1 januari van hetzelfde jaar.

Prof. dr. D. Brüll-prijs

Feteris greep onlangs zijn toespraak bij de uitreiking van de Prof. dr. D. Brüll-prijs aan om de critici van repliek te dienen. De prijs is ingesteld om het leveren van kritisch commentaar op de kwaliteit van de belastingwetgeving en van de belastinginning te stimuleren.

In uw toespraak zegt u dat de rechter bij de toepassing van wetten als het ware in de huid van de wetgever moet kruipen. Uw critici menen dat dit geen rechtvaardiging is maar wel een verklaring waarom de Hoge Raad volgens hen vaak in het voordeel van de Belastingdienst beslist als er veel geld op het spel staat. De drijfveer van regering en parlement is immers geld op te halen met belastingen.

Loyaal toepassen van de wet

'Wat ik heb gezegd, geldt voor de toepassing van nationale wettelijke regelingen. Die moeten rechters loyaal toepassen, los van wat zij inhoudelijk van die regelingen vinden. Wie kritiek heeft op de inhoud van een wet, moet niet bij de rechter zijn maar bij de politiek. Anders zouden wij een soort Derde Kamer worden. Het is als met een dirigent die een symfonie van Beethoven dirigeert. Die heeft beperkte ruimte voor een eigen interpretatie, hij mag er geen eigen symfonie van maken. Iets anders is dat elke Nederlandse rechter wetten en besluiten mag toetsen aan internationale verdragen. Bij belastingzaken gaat het vaak om regels in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, die betrekking hebben op de bescherming van eigendom en op discriminatie. De nationale wetgever heeft veel ruimte om onderscheid te maken. Het maken van onderscheid is een kernmerk van wetgeving, zeker ook bij belastingen. Vanuit eigendomsbescherming moet belastingheffing proportioneel zijn. Ook hierin geeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de nationale wetgever een zeer ruime beoordelingsmarge. De Hoge Raad volgt wat dit betreft de jurisprudentie van het EHRM.'

Terugwerkende kracht crisisheffing

Volgens de critici heeft de Hoge Raad de terugwerkende kracht in de crisisheffing over 2012 en 2013 ongemoeid gelaten, omdat met deze extra heffing op inkomens boven de anderhalve ton veel geld was gemoeid. De Hoge Raad kan wel iets doen maar wil dat niet, zeggen zij.

'Onze beoordelingsruimte is beperkt. Een voorbeeld: de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de Belastingdienst terecht niet toestond dat de belastingvrijstelling voor vererving van bedrijfsvermogen ook zou worden gebruikt bij erfenissen van particulier vermogen. Dat ging om relatief veel geld en daar was kritiek op. Maar het EHRM is de Hoge Raad gevolgd en heeft vastgesteld dat de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet niet disproportioneel is. Anderzijds heeft de Raad een arrest gewezen over de status van vakantiehuisjes dat de gemeenten relatief veel geld heeft gekost. Daar is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten toen nog tegen te hoop gelopen, omdat wij het gemeentelijk belastinggebied zouden beperken. Met de hand op mijn hard en naar eer en geweten: de Hoge Raad laat zich bij zijn beslissingen niet leiden door budgettaire overwegingen.'

Europese begrotingsnorm

In het arrest over de crisisheffing gaat de Raad uitgebreid in over de financiële situatie van Nederland ten tijde van die heffing, de noodzaak om te voldoen aan de Europese begrotingsnorm en het feit dat hiervoor met veel politieke partijen overeenstemming moest worden bereikt.

'Dat waren feitelijke argumenten die een rol speelden op het moment dat tot de regeling werd besloten. Die heeft de Raad meegewogen in zijn beoordeling of de regeling de toets aan Europees recht doorstaat: waren de omstandigheden zo uitzonderlijk om inbreuk op de eigendomsbescherming te kunnen rechtvaardigen? De crisisheffing is niet permanent. De wetgever had er trouwens ook voor kunnen kiezen die heffing pas halverwege het jaar te laten ingaan, maar dan met het dubbele tarief.'

Zowel voor het fictief rendement in de vermogensrendementsheffing als bij de crisisheffing stelde de advocaat-generaal in zijn conclusie naar de Hoge Raad dat die de juridische toets der kritiek niet kunnen doorstaan.

Camerabeelden

'Het omgekeerde gebeurt ook. Zo ging de Hoge Raad onlangs in de zaken over de camerabeelden die zijn verkregen voor verkeerscontrole verder in de bescherming van de belastingplichtige dan de advocaat-generaal. Dit zijn lastige zaken, waarover verschillend kan worden gedacht.'

Bron:  Het Financieele Dagblad, 6 maart 2017